Grenzen aan financiële vertrekregeling bij ontslag van departementale klokkenluider
Departementale klokkenluider krijgt ontslag ‘op andere gronden’ wegens verstoorde verhoudingen. Daarbij zijn aan hem – naast de reguliere uitkering bij werkloosheid – faciliteiten voor studie en outplacement toegekend. Betrokkene meent aanspraak te hebben op een hogere financiële vertrekregeling wegens frustratie van zijn loopbaan. De toegekende financiële regeling volstaat volgens de Raad omdat ook betrokkene een aandeel heeft gehad in het voortbestaan van de verstoorde verhoudingen, door hem langdurig geen werkzaamheden meer zijn verricht (met doorbetaling van bezoldiging) en al eerder aanzienlijke vergoedingen zijn betaald voor een loopbaantraject en studie.
Centrale Raad van Beroep, 14-12-2006, LJN AZ5245
Onvoldoende bewijs voor ontslag wegens klokkenluiden van gemeenteambtenaar
Een gemeenteambtenaar wordt ontslagen wegens verstoorde verhoudingen. Hij claimt dat het ontslag een gevolg is van zijn optreden als klokkenluider. De Raad constateert dat de ambtenaar pas in de zienswijzeprocedure bij het ontslagvoornemen melding heeft gemaakt van mogelijke fraude door zijn leidinggevende, hetgeen vervolgens is onderzocht en niet is geconstateerd. De Raad oordeelt dat de werkgever in dit opzicht niet onbehoorlijk heeft gehandeld.
Centrale Raad van Beroep, 02-03-2006, LJN AV3953, TAR 2006/72
Ontslag wegens melding van misstanden onterecht
Een medewerkster meent dat er van misstanden sprake is en confronteert in eerste instantie de directeur zelf. Op advies van de directeur Middelen van een betrokken gemeente gaat zij naar de Raad van Commissarissen. Van een door haar aangeleverde lange lijst met incidenten is uiteindelijk – na intern accountantsonderzoek – één incident gegrond bevonden. De medewerkster wordt vervolgens disciplinair ontslagen wegens ontoelaatbare kritiek op de directeur. De Raad stelt vast dat betrokkene gerechtigd en verplicht was om eventuele misstanden in de bedrijfsvoering, ook waar het de directeur betrof, te melden aan de Raad van Commissarissen. De Raad meent dat door de medewerkster geen bewust beschadigende termen zijn gebruikt. De Raad meent dat het interne accountantsonderzoek volstrekte onvoldoende basis biedt om de beschuldigingen zonder meer ongegrond te verklaren. De Raad meent dat hoe dan ook geen sprake is van plichtsverzuim zodat het ontslag wordt vernietigd.
Centrale Raad van Beroep, 13-3-2003, LJN AF6248, TAR 2003/136












