Geen bijzondere beloning aan or-lid

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

De feiten
De ambtenaar werkt bij de Belastingdienst Oost-Brabant en is lid van de or. Vanwege het or-werk kreeg hij vrijstelling van werkzaamheden voor het team waar hij geplaatst is. Hij is gemiddeld een dag per week aanwezig op zijn werkplek, waarop hij dan hoofdzakelijkor-werk doet. Op die dag neemt hij zo nu en dan deel aan intervisie, collegiale raadpleging of meningsuiting en aan ongeveer een kwart van de vergaderingen van het team.

De Belastingdienst Oost-Brabant kent een beleid voor bijzonder belonen. Volgens dit beleid is een bijzondere beloning mogelijk als de groep over een langere periode bijzonder heeft gepresteerd. De groep kan bestaan uit een team of een ander verband van medewerkers met een specifieke taakstelling en de beloning dient voor elk lid van de groep gelijk te zijn.

Eind 2004 is aan het team van de ambtenaar een groepsbeloning toegekend van € 500,- per medewerker. De beloning van € 500,- is niet aan de ambtenaar uitbetaald, omdat hij geen noemenswaardige bijdrage heeft geleverd aan de prestatie waarvoor de bijzondere beloning aan het team is toegekend.

Geen benadeling or-lid
De ambtenaar voerde aan dat hij uit hoofde van zijn or-lidmaatschap is benadeeld, omdat er volgens hem een direct causaal verband is tussen de mindere bijdrage die hij heeft kunnen leveren aan de groepsprestatie van zijn team en zijn or-lidmaatschap. Hij verwees naar art. 21 van de WOR. Hierin staat onder meer dat de ondernemer er zorg voor draagt dat or-leden niet uit hoofde van hun or-lidmaatschap worden benadeeld in hun positie in de onderneming. Volgens de CRvB is er hier geen sprake van benadeling als bedoeld in art. 21 van de WOR. Deze bepaling heeft tot doel waarborgen te geven voor een onafhankelijk optreden van – onder anderen – de or-leden, door hen te beschermen in hun rechtspositie in de onderneming. Weliswaar heeft de ambtenaar niet aan de groepsprestatie kunnen bijdragen door de vrijstelling vanwege or-werkzaamheden, maar dit wil niet zeggen dat de beloning hem is onthouden uit hoofde van zijn or-lidmaatschap. De vrijstelling heeft nu juist tot doel om hem in staat te stellen zijn or-werk naar behoren te doen. Als er hier al sprake zou zijn van benadeling, dan is dit niet een benadeling als bedoeld in art. 21 van WOR.

Commentaar
Een or-lid dat volledig vrijgesteld is, komt dus niet aanmerking voor een bijzondere beloning voor reguliere werkzaamheden. Maar hij kan er niets aan doen dat hij geen bijdrage kan leveren aan de reguliere werkzaamheden, want hij moet al zijn tijd besteden aan het or-werk. Het zou een goede zaak zijn als hiermee rekening wordt gehouden bij het voeren van een beleid bijzonder belonen voor bijzondere prestaties. Dat beleid zou dan moeten voorzien in een mogelijkheid om or-leden te belonen voor prestaties voor de or.

Bron: Centrale Raad van Beroep 6 maart 2008, LJN: BC7034.

Meer interessante en relevante jurisprudentie vindt u in Rechtspraak voor Medezeggenschap.

Lees meer over

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.