Op grond van juridisch bindende collectieve overeenkomsten tussen de werkgevers en vakbonden op nationaal niveau worden vertegenwoordigers voor de werknemers aangewezen. De eerste overeenkomst over vakbondsrepresentatie op de werkvloer werd in 1969 gesloten. In 1970 werd wetgeving aangenomen ter bescherming van vakbondsafgevaardigden. In 1978 werd de Act on Cooperation within Undertakings aangeboden, die de afgevaardigden informatie-, consultatie- en in sommige gevallen medebeslissingsrechten geeft in bedrijven waar dertig of meer werknemers werkzaam zijn.
Er is geen wettelijke verplichting om een bepaalde structuur op te zetten. De wet bevat een aantal onderwerpen waarop werknemers invloed moeten kunnen uitoefenen. Deze invloed zal normaal gesproken door werknemersvertegenwoordigers, veelal door de vakbond, worden uitgeoefend, maar onderwerpen kunnen ook worden opgepakt door individuele werknemers.
Werknemersafgevaardigden zijn normaliter de vakbondsafgevaardigden. Zij worden gekozen door de vakbondsleden op de werkplaats. Hun status als afgevaardigden wordt daarna bevestigd door de lokale vakbond. De zittingsduur wordt bij collectieve overeenkomst bepaald. Wanneer de vakbond geen afgevaardigden heeft of als de niet-vakbondsleden in de meerderheid zijn bij een bepaalde groep van werknemers, dan kunnen zij jaarlijks iemand kiezen die hen representeert.
De vakbondsafgevaardigden dienen niet alleen de belangen van de vakbond en haar leden ten opzichte van de werkgever te behartigen, maar ook representeren zij de vakbond naar de leden toe. Zij zorgen er specifiek voor dat de werkgevers de afspraken van de toepasselijke collectieve overeenkomst nakomen. Ook kunnen zij betrokken zijn bij de onderhandelingen over nieuw af te sluiten collectieve overeenkomsten. Overigens moet de vertegenwoordiger er ook zorg voor dragen dat vakbondsleden zich houden aan de collectieve afspraken die hen bindt, aangezien de vakbond verantwoordelijk wordt gehouden voor eventuele niet-nakoming van deze afspraken.
Afhankelijk van het onderwerp hebben de werknemersvertegenwoordigers, meestal de vakbondsafgevaardigden, recht op informatie, consultatie en in sommige gevallen zelfs medebeslissing door middel van vetorechten. In de praktijk blijkt de reikwijdte van deze rechten nogal te variëren. In sommige gevallen hebben de vertegenwoordigers direct zeggenschap over bijvoorbeeld investeringsbeslissingen. In andere gevallen moeten de informatie- en consultatierechten meer als een formeel iets worden gezien, aangezien ze in de praktijk niet kunnen worden geëffectueerd.
Sinds 1990 geldt in Finland de Act on Personnel representation in the company Administration, die van toepassing is op ondernemingen met ten minste 150 werknemers. Hiervan uitgezonderd zijn verzekeringsmaatschappijen, stichtingen en ondernemingen in de publieke sector. Op basis van deze wet wordt de wijze van werknemersvertegenwoordiging in ondernemingsorganen verder uitgewerkt in een overeenkomst.












