FNV: afschaffen GBIO is slechte zaak

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

In de SER discussiëren werkgevers en vakbeweging nu stevig over het voortbestaan van het GBIO. Op 17 november praat de Bestuurskamer van de SER hier verder over.

De FNV is tegen de opheffing van het GBIO, zo blijkt op de website van FNV Bouw. Het GBIO is een scholingsfonds dat onderzoek doet, de kwaliteit bewaakt en subsidie verleent. Werkgevers van grote concerns in de SER (Sociaal Economische Raad) willen van het GBIO af en ook de heffing voor scholing voor cursussubsidie moet weg. Zij zeggen dat de ondernemingsraad volwassen genoeg is om zelf, in overleg met hun werkgever, de scholing en vorming te regelen. Anders gezegd: de werkgevers willen de scholing aan de vrije markt overlaten en de subsidie afschaffen, zo schrijft FNV Bouw

Democratie kost geld

Democratie mag blijkbaar geen geld kosten en betrokken werknemers lijken overbodig. En dat in een crisistijd waarbij ondernemingsraden dubbel zo hard moeten werken, hogere eisen worden gesteld, er belangrijke beslissingen moeten worden genomen en er geen geld en tijd is voor scholing. Maar ook in hoogconjunctuur is er altijd werk aan de winkel.

Standpunt vakcentrales

FNV Bouw: ‘Wij zijn tegen de werkgeversstelling dat het huidige stelsel en het GBIO hun tijd gehad hebben. Nee, juist nu is het meer dan ooit nodig! We zijn het eens met de drie vakcentrales. Medezeggenschap is een maatschappelijk goed, scholing en vorming van OR-leden mag daarom niet worden overgelaten aan marktwerking. Zonder kaders worden ook volwassen ondernemingsraden geplet’

Onafhankelijke scholing

Scholing en vorming van OR-leden moeten volgens de FNV geschieden door onafhankelijke gespecialiseerde instituten. Er moet een prijsprikkel (subsidie) zijn waardoor het bedrijf de noodzakelijke scholing betaalt. Er moet kwaliteitsbewaking zijn, inclusief bewaking van het aanbod. Opleidingen van OR-leden moeten worden gestimuleerd en OR-leden moeten zelf kunnen kiezen waar zij dat inkopen. Niet de werkgever.

Kwaliteit is doorslaggevend

Kwaliteit is doorslaggevend en niet de kosten. Medezeggenschap moet daarbij een volwaardig vakgebied blijven. De kwaliteit van de scholing en vorming moet gewaarborgd blijven. Niet alleen door een tevredenheidmeting onder klanten, maar ook door eisen aan opleiding en opleider. Werkgevers lijken niets meer te willen borgen, meent FNV Bouw.

FNV stelt eisen

De FNV heeft de volgende eisen voor een goede scholing en vorming:
  • Wettelijk, goed geborgd recht op OR-scholing. Ook voor de PVT.
  • Vergoedingsplicht voor de ondernemer. Ondernemers moeten wettelijk verplicht worden om een bepaald minimumbudget te reserveren. Wettelijk moet worden geregeld dat de OR feitelijk de beschikking krijgt over gereserveerd scholingsgeld en dus niet bij de directeur hoeft aan te kloppen voor toestemming. OR krijgt zelfstandig contractrecht.
  • Het minimumbudget dient de prijsontwikkeling te volgen.
  • De voor scholing en vorming beschikbare tijd, en het daarvoor beschikbare budget, moeten bij aanvang van de zittingsduur worden bepaald. Naderhand moet een accountant controleren of dat ook is besteed.
  • De kwaliteit moet gewaarborgd worden. Zowel instituten als trainers dienen gekwalificeerd te zijn.
  • Er dient een overkoepelende instantie, een onafhankelijke stichting te zijn die certificeert en bewaakt. Deze stichting dient door werkgevers, vakbeweging en onafhankelijken aangestuurd te worden.
  • De huidige scholingsstructuur van OR-instituten moet intact blijven.
  • Wijzigingen in het scholingssysteem mogen niet drempelverhogend werken.

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.