Het werk is afgezet met hekken, gemarkeerd met verbodsborden (geen doorgang voor enig verkeer) en omleidingspijlen. Maar ja, het is maar een klein stukje en om daar nu een heel eind voor om te rijden …
Bovendien kun je ook náást het asfalt fietsen, hebben al veel mensen gedacht, getuige de terzijde geschoven afzetting, de bandensporen én een bord waarop staat dat het toch echt óók voor fietsers verboden is om door te rijden …
Regels zijn ook grenzen, maar dan met woorden
Het tekent onze omgang met grenzen. In theorie zijn die doorgaans strak getrokken, als een duidelijke scheiding tussen ‘hier’ en ‘daar’ en ‘wel’ en ‘niet’. Bij grenzen denken we aan slagbomen en Spaanse ruiters. Maar in de praktijk gaan we zoals op de dijk eerder analoog, lees: rommelig, dan digitaal met grenzen om.
Regels zijn ook grenzen – een streep in het zand, maar dan met woorden. Neem het bord aan de rand van het natuurgebied nabij mijn dorp. “Honden niet welkom”, schreef de beheerder in koeienletters. Maar ja, voordat dit gebied natuur werd, liet iedereen er graag zijn hond uit. Dus heeft iemand met veel toewijding het woord ‘niet’ weggekrast, zodat honden weer welkom zijn.
Dat kun je zien als een protest of provocatie, maar ook als een voorstel om de regel ‘geen honden hier’ te amenderen. Wat nu als je de hond aangelijnd meeneemt? Want of ze nu een hond bij zich hebben of niet, van mensen schrikken de ganzen toch wel op.
Als we dunne regels oprekken, ontstaan dikke regels
“Honden niet welkom” is een voorbeeld van een dunne regel: digitaal, eenduidig, niet voor meerdere uitleg vatbaar. Als zo’n regel gaat knellen, zoeken we geitenpaadjes, muizengaatjes, mogelijkheden om de regel ‘op te rekken’.
Hoe meer we dat doen, des te dikker de regel wordt. Dikke regels zijn voor meerdere uitleg vatbaar, komen met voorbehouden, uitzonderingen en bijzondere omstandigheden. (Zie over dikke en dunne regels Rules: a short history of what we live by van Lorraine Daston.)
Krijgen we op dikke regels geen grip, dan proberen we wat vaag is concreet te maken door er dunne regels tegenaan te zetten. Dan maken we, bijvoorbeeld, in de loop der jaren van een ogenschijnlijk eenvoudig maar niet eenduidig belastingstelsel (box 1, 2, 3) een verdwaalwoud van dunne regels, te complex om uit te voeren. Waarna de behoefte opkomt om dunne regels te schrappen, het stelsel ‘dikker’ te maken – en het vervolg laat zich raden.
Dikke regels en dunne regels bestaan bij elkaars gratie
Dikke regels en dunne regels bestaan bij elkaars gratie. Honden mee of niet? Waarom wel gokreclames als ik 24 of ouder ben? Wanneer wordt ombudspolitiek vriendjespolitiek, en omgekeerd? Bij welke interpretatie is een grondrecht geen grondrecht meer?
Het valt niet met een schaartje te knippen, het valt ook niet te stollen, het moet altoos worden onderzocht. Pas in het voortdurende debat over dikke en dunne regels en hun verhoudingen, verhelderen we de onder- en bovengrens van wat we acceptabel vinden.


















