Slimmere preventiemedewerker bespaart geld

Sinds 2007 moet elke organisatie minstens één preventiemedewerker hebben. Maar totdat in 2022 het Handboek Preventiemedewerker van veiligheidskundigen Pieter Diehl en Henk Koenders verscheen, was hier geen goed naslagwerk voor. Nu wel - en dit kun je ermee.

Slimmere preventiemedewerker bespaart geld

“Bij elk organisatie in Nederland kun je binnenstappen en vragen: waar is de preventiemedewerker? Dan zal iemand moeten zeggen: dat ben ik”, zo legt Diehl de positie uit die sinds 18 jaar wettelijk is vastgelegd.

“De hoeveelheid tijd die de taak beslaat, is afhankelijk van het type bedrijven en de risico's. Bij kleine bedrijven met alleen een kantoortje mag het de directeur zelf zijn of bijvoorbeeld een secretaresse. Daarmee voldoen ze aan de wet. Grote organisaties met meer gezondheidsrisico’s nemen fulltimers aan of ze stellen een groep parttimers aan. Daar zijn organisaties vrij in. In de gezondheidszorg zie je per organisatie zomaar 20 preventiemedewerkers, in verschillende onderdelen en met verschillende specialisaties.

Preventiemedewerker is vaak geen functie maar een taak

Wij zeggen altijd dat je geen functieomschrijving moet hebben, want veel preventiemedewerkers doen het erbij. Het gaat eerder om een taakomschrijving.” “Bij kleine organisaties met weinig problematiek kan het een taak van een paar uur in de week zijn”, vult Koenders aan. “Die hebben daar vaak geen veiligheidskundige voor in dienst.”

“Grote organisaties hebben doorgaans een eigen structuur van deskundige ondersteuning via middelbare en hogere veiligheidskundigen. Maar ook daar zie je dat organisaties er geregeld de voorkeur geven om de taak op de afdeling of de productievloer zelf te beleggen. Zo heb je dagelijks iemand heel dichtbij die bekend is met de primaire processen. Zo was het oorspronkelijk ook bedoeld in de Europese kaderrichtlijn die stelde dat de werkgever zich moest laten ondersteunen door diens werknemers.”

Samenwerken met de bedrijfsarts is slim

Koenders en Diehl noemen de preventiemedewerker een spin in het web van de organisatie. Tenminste, dat zou die kunnen zijn, want dat komt niet altijd van de grond. Koenders: “Ze werken sowieso met de werkgever en de ondernemingsraad, want die stellen preventiemedewerkers gezamenlijk aan. Maar liefst zouden ze ook moeten samenwerken met andere deskundigen die aan de organisatie zijn verbonden, zoals de bedrijfsarts.

Nu is dat soms te beperkt. Je hebt zelfs bedrijfsartsen die de preventiemedewerker als concurrentie beschouwen. Hoe durf jij je op mijn vlak te begeven? Doe jij nou maar gewoon de werkvloer! Daar zit nog een spanningsveld. De preventiemedewerker vindt het vaak ook wel goed, want dat hele gezondheidsstuk erbij is best ingewikkeld.”

“Wat je het liefst ziet, is dat die twee één of twee keer per jaar om tafel zitten”, zo haakt Diehl daarop in. “Wat zie jij als bedrijfsarts? Waardoor worden mensen in onze organisatie ziek? En wat zie ik als preventiemedewerker dat jou met je verzuimtaak kan helpen?

Vorig jaar hielden we vanuit de beroepsvereniging een congres over dit thema. Daar schrok ik af en toe van de afstand tussen die twee. Want als je een periodisch medisch onderzoek uitvoert, moet je wel weten wat er in de praktijk gebeurt. Omgekeerd hoor je preventiemedewerkers soms zeggen: wat moet ik met die bedrijfsarts? Maar als er geen gesprek plaatsvindt, heb je gewoon een veiligheidsprobleem. Gelukkig zien we steeds meer organisaties waar ze regelmatig dit soort overleg hebben.”

Weten wanneer je hulp moet inroepen

Behalve een spin in het web moet de preventiemedewerker ook een duizendpoot zijn, als we afgaan op de waslijst aan thema’s in het Handboek Preventiemedewerker. Moeten preventiemedewerkers overal verstand van hebben? Koenders nuanceert dat graag: “Ze moeten weten waar ze de kennis vandaan halen. Vergis je niet: alle kennis in het handboek is minder dan de helft van wat ze officieel moeten weten.

Wat ze vooral moeten kunnen: risico’s herkennen, weten wat je dan moet doen en bij wie je hulp moet inroepen. Stel, er is veel lawaai in het bedrijf. Moeten preventiemedewerkers verstand hebben van herrie? Ze kunnen ook zeggen: mijn voelsprieten zeggen dat dit niet gezond is, dat heb ik ooit geleerd op de training van Henk en Pieter. Dan weet ik dat ik een specialist moet bellen. Die kan eventueel opdracht geven om metingen en daarna aanbevelingen tot verbetering te doen.”

Diehl verwijst naar de trainingen die de preventiemedewerker nu krijgt, vooral in kleinere organisaties. “Vaak cursussen van één tot twee dagen. Een zeer laag opleidingsniveau in vergelijking met de stap daarboven: de middelbare veiligheidskundige heeft een opleiding van anderhalf jaar gehad.

Daar dient ons handboek dan ook voor: de gemiddelde preventiemedewerker kan daarin voor diverse standaardsituaties veel informatie opdoen. Als het specifieker wordt, zullen ze echt andere experts willen inschakelen. Ook daarvoor geeft ons Handboek Preventiemedewerker handreikingen. Het scheelt wel als je bedrijf een goed contract met een arbodienst heeft. Dan weet je dat daar de deskundigen zitten.”

Leidraad voor beginnende preventiemedewerker

Preventiemedewerker is sinds 2007 een wettelijke taak, maar tot het verschijnen van het handboek van Koenders en Diehl hadden preventiemedewerkers niets om op terug te vallen. Om die reden hadden beiden een handzaam naslagwerk voor ogen.

Koenders: “Het mocht niet te dik worden, omdat ze anders verzuipen in alle materie. En praktisch, kort en krachtig. Ofwel: ik heb een probleem. Kan ik dat zelf in kaart brengen? Zijn er standaardoplossingen die ik zelf kan uitvoeren? En zo niet, welke deskundigen moet ik inschakelen?

We hebben geprobeerd om een basisniveau van kennis en vaardigheden aan te reiken. Het boek is een goede leidraad voor beginnende preventiemedewerkers in een niet al te complexe organisatie. Die kunnen daarmee mooie stappen voorwaarts zetten.”

“En ze kunnen er hun management mee adviseren”, vult Diehl aan. “Als zij het proces beheersen, kunnen ze het management duidelijk maken waarom er maatregelen nodig zijn of waarom er een derde partij nodig is.”

“Een preventiemedewerker kan nog weleens als lastig overkomen, maar dat hangt ook van je houding af. Als je zegt ‘het moet, het moet’, dan ben je na een jaar geen preventiemedewerker meer. Probeer te motiveren waarom het zinnig is en zoek naar voordelen waar het management blij van wordt.”

“Bijvoorbeeld ziekteverzuim. Dat kost ontzettend veel geld. Als je met probate maatregelen die uitval kunt verlagen, krijg je het management vanzelf mee. De meeste directeuren zeggen: ik zie direct wat het kost. Laat ze daarom geloven in wat het oplevert.”

Preventiemedewerkers als vertrouwenspersoon?

Voor de werkvloer is de preventiemedewerker intussen als vertrouwenspersoon op het vlak van arbeidsomstandigheden te beschouwen, zo vinden Diehl en Koenders. “Zorg ervoor dat je regelmatig op die werkvloer bent”, zegt Koenders. “Leg je oren te luister. Laat zien dat je dingen doet. Dan heb je een vertrouwensbasis.”

Dat is een heel andere rol dan die Diehl ooit tegenkwam. “Er lag in een bedrijf een plas olie op de vloer. Dus ik zei daar wat van. Het antwoord: dan moet de preventiemedewerker die opruimen. Toen dacht ik: okee, hier gaan we aan de slag, want die snappen het niet. Een preventiemedewerker is geen manusje van alles die zich kapot rent. Ik constateer gelukkig dat preventiemedewerkers volwassener zijn geworden en op een goede manier invulling proberen te geven aan hun taak.”

Koenders plaatst wel een kanttekening bij die volwassenheid. “Ik heb enkele jaren geleden nog geschreven dat ze in de puberteit zaten, want het ligt eraan met wie je te maken hebt. De volwassen groep is de groep die bij de beroepsvereniging is aangesloten en zo op de hoogte blijft. Dat is nu zo’n 5% van alle preventiemedewerkers. Niet zo gek, want deze beroepsgroep bestaat nog geen 20 jaar. Er zijn 600.000 bedrijven in Nederland, die er allemaal minstens eentje moeten hebben. Als de helft daarvan zich zou organiseren via de Beroepsvereniging Arbo Adviseurs, zou dat de Nederlandse werkvloer een stuk veiliger maken. De BvAA heeft ook een platform opgezet voor preventiemedewerkers: inpreventie.nl.”

Een oproep aan alle organisaties in Nederland

Ook daarom doen Koenders en Diehl een oproep aan alle organisaties als het gaat om hun preventiemedewerkers. “Neem ze serieus”, zegt Diehl, “en bied ze een stukje extra scholing aan. Er zijn directeuren die zeggen: ‘Ik hou ze het liefst dom, dan hoef ik minder te doen.’ En juist dat is heel dom. Want hoe slimmer jij je preventiemedewerker maakt, des te meer geld je bespaart. Bijvoorbeeld op externe krachten. Als een preventiemedewerker in staat is om zelf een risico-inventarisatie te doen, hoef ik alleen langs te komen om te toetsen.”

Koenders valt zijn vakgenoot daarin bij. “Er staat niets anders in de wet dan dat preventiemedewerkers ‘voldoende kennis’ moeten hebben, maar wat is voldoende? De preventiemedewerker die maar één dag opleiding heeft gehad, zal nooit in staat zijn om een goede risico-inventarisatie en -evaluatie te maken. Maar als bedrijven met grotere risico’s hun preventiemedewerkers serieus nemen en naar een opleiding sturen, beschikken die over veel meer bagage. En daarmee verdienen ze zichzelf vanzelf terug, door minder inhuur en een lager ziekteverzuim.”

Mattijs Diepraam

Mattijs Diepraam

Tekstschrijver

Mattijs Diepraam is tekstschrijver, bedrijfsjournalist, schrijvend communicatieadviseur en autosportjournalist.

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.