Na verschillende rapporten en adviezen, bereikten werkgevers- en werknemersorganisaties een akkoord met de regering over de hervorming van de arbeidsmarkt. Deze moet in gang worden gezet door de volgende 5 uitgewerkte wetsvoorstellen:
- Meer zekerheid flexwerkers
- Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden
- Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen
- Re-integratieverplichtingen mkb in het tweede ziektejaar
- Personeelsbehoud bij crisis
Deze wetsvoorstellen hangen samen. Mocht de nieuwe Tweede Kamer een van deze wetsvoorstellen niet aannemen, dan stort de gehele hervorming als een kaartenhuis in elkaar.
Hieronder een korte toelichting van de 5 wetsvoorstellen met daarbij het stadium waarin het wetsvoorstel zich nu bevindt.
1. Meer zekerheid voor flexwerkers
Het doel van deze wet is om zoveel mogelijk structureel werk om te zetten in duurzame arbeidsrelaties. Flexwerkers moeten meer zekerheid krijgen.
De belangrijkste wijzigingen:
- Oproepcontracten, waaronder nulurencontracten, worden afgeschaft en worden vervangen door een basiscontract of bandbreedtecontract. In zo’n contract wordt een minimaal en een maximaal aantal uren met een werknemer afgesproken – dat mogen geen nul uren zijn.
- Uitzendkrachten krijgen sneller een contract, doordat de uitzendfases worden ingekort.
Concurrentie op arbeidsvoorwaarden wordt verminderd door het recht op tenminste gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden. - De ketenregeling verandert. De onderbrekingstermijn van 6 maanden wordt opgetrokken naar 5 jaar.
De internetconsultatie voor dit wetsvoorstel heeft in september/oktober 2023 plaatsgevonden. De verwachting is dat het voorstel op z’n vroegst in het derde kwartaal 2024 wordt ingediend bij de Tweede Kamer.
2. Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden
Het moet in de wet duidelijker worden wanneer iemand aangemerkt wordt als werknemer of als zelfstandige. Om de arbeidsrelatie te kunnen beoordelen, worden er 3 toetsingselementen toegevoegd:
- Werkinhoudelijke aansturing: geeft de werkgever aanwijzingen en instructies?
- Organisatorische inbedding: behoren de werkzaamheden tot de kernactiviteiten van het bedrijf?
- Eigen rekening en risico: liggen de financiële risico’s en resultaten van de werkzaamheden bij de werknemer?
Naast deze 3 indicaties van een arbeidsrelatie wil het demissionaire kabinet ook een ‘rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst’ invoeren door middel van een minimumuurloon. Als je als opdrachtgever minder dan € 32,24 per uur (peildatum 1 juli 2023) betaalt aan de zzp’er, dan ‘geldt het rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst’.
Het wetsvoorstel is in oktober 2023 in consultatie gegaan. Daar zijn veel reacties (1.400) op gekomen, waaronder veel kritische. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is de reacties momenteel aan het verwerken en denkt het voorstel op z’n vroegst in het derde kwartaal van dit jaar in te dienen bij de Tweede Kamer.
3. Basisverzekering arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen
In dit Wetsvoorstel staat dat zelfstandigen verplicht worden zich te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Dit voorstel vloeit voort uit het Pensioenakkoord. Het is de bedoeling dat dit vanaf 1 januari 2027 verplicht is. Het wetsvoorstel is nog niet in consultatie geweest en is dus ook nog niet ingediend bij de Tweede Kamer.
UPDATE 25-11-2024: Kamerbrief Voortgang Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen en wetsvoorstellen die de arbeidsmarkt hervormen
4. Re-integratieverplichtingen bij ziekte
Een langdurig zieke werknemer in het midden- en kleinbedrijf (mkb) moet na 1 jaar, in plaats van de huidige 2 jaar, duidelijkheid krijgen over re-integratie bij de huidige werkgever (eerste spoor re-integratie) of bij een andere organisatie.
Als je na 1 jaar het eerste spoor met de werknemer kunt afsluiten, hoef je als werkgever diens werkplek niet meer vrij te houden en kun je een opvolger zoeken. Je blijft als werkgever wel verantwoordelijk voor 2 jaar loondoorbetaling bij ziekte. Ook blijf je verantwoordelijk voor een goed verloop van de re-integratie van de medewerker bij de andere werkgever (tweede spoor).
De internetconsultatie van dit wetsvoorstel liep van oktober tot december 2023. De verwachting is dat het wetsvoorstel in het vierde kwartaal van 2024 naar de Tweede Kamer wordt gestuurd.
5. Personeelsbehoud bij crisis
Het doel van deze wet is om ontslag in geval van calamiteiten die buiten het reguliere ondernemersrisico vallen, zoveel mogelijk te voorkomen. Daarvoor komt er een zogenoemde Crisisregeling Personeelsbehoud (CP), voorheen de deeltijd-WW:
- Werkgevers kunnen hier aanspraak op maken als zij tenminste 20% minder werk kunnen aanbieden over de gehele onderneming.
- Het geldt voor tijdelijke crisissituaties, daarom kun je er maximaal 6 maanden gebruik van maken.
- Het betreft het opvangen van crises die buiten het ondernemingsrisico vallen. Dus wèl: brand, coronapandemie of kleinschalige calamiteiten die nu ook onder regeling Werktijdverkorting (WTV) vallen. Maar niet: de risico’s die je als ondernemer zelf kunt verzekeren.
Zowel werkgevers als werknemers betalen mee aan deze regeling.
Dit voorjaar staat de internetconsultatie voor dit wetsvoorstel gepland. De verwachting is dat het voorstel begin 2025 naar de Tweede Kamer gaat.
Terugblik: kwestie speelt al jaren
Het piept en kraakt al jaren op de arbeidsmarkt. Zo komen er in elke sector mensen tekort, besluiten steeds meer mensen als zelfstandige aan de slag te gaan en knopen er steeds meer werknemers tijdelijke contracten aan elkaar; flex is de norm. Dat moet anders, vonden het toenmalige kabinet, werkgeversverenigingen en vakbonden.
In januari 2020 presenteerde de Commissie Regulering van Werk onder leiding van Hans Borstlap haar bevindingen en aanbevelingen om de arbeidsmarkt te hervormen. Flex moest minder flex worden en vast minder vast.
In juni 2021 kwam de Sociaal Economische Raad (SER) met haar middellange termijnadvies, waarin de aanbevelingen van de Commissie Borstlap waren verwerkt.
In december 2021 kwam Rutte IV met haar coalitieakkoord en bereikten werkgevers- en werknemersorganisaties een akkoord met de regering. De hervorming kon officieel van start gaan.











