Nieuwe arbo wet- en regelgeving in 2025 waar je op moet letten

Wat staat ons te wachten op het gebied van arbo wet- en regelgeving in 2025? Dit overzichtsartikel zet de vaststaande en mogelijke wetwijzigingen op een rij. Ook komen enkele recente aanpassingen in regelgeving aan bod die hun invloed hebben op 2025.

Nieuwe arbo wet- en regelgeving in 2025 waar je op moet letten

Kijkend naar de nieuwe arbo wet- en regelgeving in 2025 valt vooral op dat er veel onzekerheid is. Waarschijnlijk komt dit mede door het vrij recente aantreden van een nieuw kabinet  

Dit verandert er in 2025 

Naast een specifieke wijziging op het gebied van duikarbeid zijn er in 2025 maar 2 algemene wijzigingen in de arboregelgeving zeker. We bespreken ze hier. 

Vervroegde uittreding voor zware beroepen 

Het kabinet, vakbonden en werkgevers hebben in oktober 2024 een akkoord bereikt over een structurele vroegpensioenregeling voor mensen met zwaar werk. De huidige regeling die eind 2025 zou aflopen, blijft beschikbaar en wordt verruimd. De nieuwe regeling kent geen einddatum meer.  

Iedereen met een beroep dat als 'zwaar' wordt aangemerkt, kan 3 jaar eerder dan de AOW-leeftijd stoppen met werken. Tot de AOW-leeftijd krijgen zij een maandbedrag van hun werkgever. Dat bedrag is in de bestaande regeling nog maximaal zo hoog als een AOW-uitkering (ongeveer € 1.500 netto). Daar komt nu hoogstens € 300 bij, al is dat alleen bedoeld voor medewerkers "in knellende situaties".  

De vraag welk beroep als zwaar beroep geldt laat de nieuwe regeling over aan de sociale partners in de sectoren. Dat is ook het geval voor de vraag tot welke inkomensgrens de regeling geldt.  

Om de regeling voor zo min mogelijk mensen noodzakelijk te maken, is verder afgesproken dat zwaar werk lichter moet worden. Door langdurig zwaar werk te verminderen en arbeidsomstandigheden te verbeteren, moeten werknemers gemakkelijker de AOW-leeftijd halen. De precieze invulling van deze afspraak is nog onduidelijk. 

Aangepaste certificering van kerndeskundigen 

In de zomer van 2022 is een nieuw systeem van certificering van kerndeskundigen van kracht geworden. Daarbij gaat het om de hogere veiligheidskundige, de arbeidshygiënist, de arbeids- en organisatiedeskundige en de bedrijfsarts. Door onvrede met deze nieuwe certificeringsregels blijkt er nu een tekort aan kerndeskundigen te ontstaan, onder meer voor het toetsen van een RI&E

Om die reden is besloten om om de bestaande overgangsregeling tot 1 juli 2027 te verlengen. Dit betekent dat de lopende certificaten voor arbokerndeskundigen niet meer per 1 januari 2025 automatisch verlopen. Arbokerndeskundigen met een certificaat dat vóór 1 juli 2022 is afgegeven waarvan de geldigheidsduur na 1 januari 2025 afloopt, kunnen hun oude certificaat dan blijven gebruiken tot het einde van de geldigheidsduur. Door deze maatregel zullen de capaciteitsproblemen niet extra oplopen.  

Recente wetswijzigingen met arbo-impact 

Twee wijzigingen zijn in 2024 ingegaan en hebben toen weinig aandacht gekregen. Maar deze wijzigingen zullen zeker hun invloed hebben op arbeidsomstandigheden in 2025. 

Strengere regels reprotoxische stoffen 

Vanaf mei 2024 gelden nieuwe regels voor het werken met stoffen die gevaarlijk zijn voor de voortplanting, de reprotoxische stoffen. Bij onvoldoende maatregelen kunnen deze stoffen leiden tot verminderde vruchtbaarheid, miskramen, vroeggeboortes en beschadiging van het (ongeboren) kind.  

De strengere regels die al langere tijd golden voor kankerverwekkende stoffen en voor stoffen die het erfelijk materiaal kunnen beschadigen, zijn nu ook van toepassing op reprotoxische stoffen. Zo is het nu alleen nog toegestaan om met reprotoxische stoffen te werken als de werkgever heeft aangetoond en vastgelegd dat vervanging technisch niet uitvoerbaar is. Vervolgens moet de blootstelling altijd zo laag zijn als technisch mogelijk.  

Daarnaast moeten werkgevers bij onvermijdbaar gebruik van deze stoffen voortaan ook registreren: 

  • Een lijst van alle werknemers die worden blootgesteld deze stoffen (bewaartermijn is 40 jaar) 
  • De preventieve maatregelen om blootstelling aan de stoffen te voorkomen. 
  • De verplicht te gebruiken persoonlijke beschermingsmiddelen. 

Bbl vervangt Bouwbesluit 

In 2024 is het Bouwbesluit vervangen door het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dat heeft ook gevolgen voor de regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden. In het Bouwbesluit stonden namelijk allerlei concrete normen voor gebouwen met een utiliteitsfunctie, zoals bedrijfspanden. In het Bbl is bijvoorbeeld de norm voor het minimumaantal toiletten vervallen. Daarvoor is nu nog alleen het Arbobesluit van toepassing, dat "voldoende toiletten" verplicht stelt, maar geen aantallen noemt. Ook de brandveiligheidsvoorschriften bij nieuwbouw zijn aangepast. 

Wijzigingsvoorstellen in de pijplijn 

Meerdere al bestaande voorstellen tot aanpassing van arbo wet- en regelgeving worden vooruitgeschoven naar 2026. Of er is onduidelijkheid over de status. 

Dubbele meldplicht bij ernstig bedrijfsongeval uitzendkracht  

Het vorige kabinet heeft ingezet op het in 2025 van kracht laten worden van een nieuwe wet om de veiligheid van uitzendkrachten op de werkvloer te verbeteren. Nieuw in het wetsvoorstel is dat na een ernstig arbeidsongeval van een uitzendkracht niet alleen het inlenend bedrijf een melding moet doen bij Nederlandse Arbeidsinspectie, maar ook het uitzendbureau. Daarnaast is het uitzendbureau verplicht om na een bedrijfsongeval te controleren of het inlenende bedrijf voldoende maatregelen heeft genomen om die werkplek veilig te maken voor uitzendkrachten. 

In april 2023 is er een internetconsultatie gestart over dit wetsvoorstel. Op grond van de reacties uit de internetconsulatie en adviezen van sociale partners zal het wetsvoorstel aangepast worden. De verwachting is dat het voorstel begin 2025 naar de Raad van State gaat en daarna naar de Tweede en Eerste Kamer. De verwachte inwerkingtreding is 1 juli 2026. 

Tweede Kamer wil versoepeling arboregelgeving 

In november 2024 heeft de Tweede Kamer enkele moties aangenomen om de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) aan te zetten tot versoepeling van de arboregelgeving. De moties betreffen: minder regels over gevaarlijke stoffen, geen RI&E-plicht meer voor kleine bedrijven en niet 3 maar weer 1 toetser voor een RI&E. Het is aan de minister om te bepalen hoe met deze moties verder te gaan. Nieuwe regelgeving asbestverwijdering 

Er komt nieuwe regelgeving over asbestverwijdering aan. Het voornaamste doel is om deze regelgeving meer risicogericht te maken. Een deskundig maar niet-gecertificeerd bedrijf kan voortaan minder risicovolle asbesttoepassingen verwijderen. Daarbij gaat het om zogeheten A-toepassingen, zoals losliggend of alleen geklemd asbestcement in een binnenruimte. In dat geval zijn er geen vergaande maatregelen nodig zoals verwijderaars in 'maanpakken'.  

Bij B-toepassingen van asbest geldt de verwijdering als risicovol. Het gaat dan bijvoorbeeld om licht-gebonden en niet-gebonden asbesttoepassingen, zoals asbestboard, asbest 
karton en spuitasbest. Uitsluitend een hiertoe gecertificeerd verwijderingsbedrijf mag deze asbesttoepassingen verwijderen.

De Europese asbestrichtlijn die de basis vormt voor de gewijzigde Nederlandse regelgeving heeft 21 december 2025 als deadline van implementatie. In een Kamerbrief heeft staatssecretaris Jurgen Nobel van SZW onlangs laten weten dat deze deadline ambitieus is en hij niet kan garanderen die te halen. 

Verplichte vertrouwenspersoon  

De huidige regelgeving rond ongewenst gedrag is vrij globaal uitgewerkt. Dat geeft onduidelijkheid, zeker omdat de Nederlandse Arbeidsinspectie bij inspecties eigen, concretere richtlijnen hanteert. Bijvoorbeeld over de vertrouwenspersoon.  

In de Tweede Kamer is voorjaar 2023 het wetsvoorstel aangenomen van PvdA-Groen Links om een vertrouwenspersoon verplicht te stellen in een onderneming met ten minste 10 werknemers. Een werkgever kan intern een vertrouwenspersoon aanwijzen of gebruikmaken van een externe vertrouwenspersoon. Bijvoorbeeld van de arbodienst of van de sector.  

De Eerste Kamer moet zich nog buigen over het wetsvoorstel. De datum waarop dat gebeurt en de uitkomst van de stemming zijn beide ongewis. 

Versterking medezeggenschap bij arbozaken 

Toenmalig minister van SZW Karien van Gennip gaf eind december 2023 in een brief aan de Tweede Kamer aan dat het nodig is om de medezeggenschap te versterken. Ook bij het arbobeleid. Ze verwees daarbij onder meer naar een SER-advies dat bepleit dat alle ondernemingsraden een arbo- of VGWM-commissie moeten instellen.  

Ook gaf Van Gennip aan dat scholing over arbeidsomstandigheden voor ondernemingsraden of hun commissie onderdeel moet worden van een verplicht or-scholingsplan. Met onder meer aandacht voor actuele thema’s als ongewenst gedrag op het werk. 

Het is onduidelijk of, en wanneer, dit voorstel een vervolg krijgt. 

Voorbereid zijn op een pandemie 

Het ministerie van SZW meldt te werken aan een aanpassing van het Arbobesluit op het gebied van 'pandemische paraatheid'. Daarmee wordt bedoeld dat werkgevers voorbereid moeten zijn op een pandemie. De corona-uitbraak van enkele jaren geleden heeft het belang daarvan aangetoond. Het is nog onduidelijk om welke maatregelen door werkgevers het gaat en wat de beoogde invoeringsdatum is. 

Al met al een rijkgeschakeerd beeld van vaststaande en mogelijke wijzigingen in arbo wet- en regelgeving in 2025. Dit maakt 2025 tot een jaar om als arboprofessional en arbo-geïnteresseerde goed in de gaten te houden. 

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.