Het bedrijf gaat fuseren of wordt overgenomen. Welke rol speelt de geheimshoudingsplicht bij de OR dan. Wat is geheimhouding, wie kan het opleggen en met welke argumenten? En wat is wijsheid: geheime informatie weigeren of accepteren?
Het behoort tot de nachtmerries van OR-leden en het overkwam de OR van een financiële instelling. De OR had onder geheimhouding gehoord dat hun ICT-afdeling zou worden overgenomen door een bekende automatiseerder. De geruchtenmolen had op volle toeren gedraaid.
En op een reguliere achterbanbijeenkomst vroeg een ICT’er: ‘klopt het dat wij zijn opgekocht?’ De OR-voorzitter was hierop niet voorbereid en zei zenuwachtig: ‘dat mag ik niet zeggen’. Dat antwoord maakte in één klap twee dingen duidelijk: het wás waar én de OR wist daar meer van. De aanwezigen eisten van de OR opening van zaken en de emoties liepen hoog op. De benarde OR zag nog maar één uitweg: ‘ga het maar aan de directie vragen.’ Tot verbijstering van de OR zei de bestuurder de volgende ochtend tegen een delegatie van IT’ers dat ‘de OR het verzoek om vertrouwelijke omgang met de gegevens wat te zwaar had geïnterpreteerd.’ Om vervolgens meer uit de doeken te doen dan de OR de afgelopen weken na stevig doorvragen te weten was gekomen.
Geheimhouding en WOR
De Wet op de ondernemingsraden (WOR) geeft aan dat OR-leden, evenals commissieleden, verplicht zijn tot geheimhouding van alle ‘zaken- en bedrijfsgeheimen’ die zij in hun functie vernemen. Tevens kan het zijn dat de ondernemer, de OR of de commissie geheimhouding oplegt. De wet stelt dat zoveel mogelijk het verzoek tot geheimhouding gedaan moet worden vóór de informatie wordt verstrekt. Tevens welke gegevens onder de geheimhouding vallen, hoe lang de geheimhouding duurt en tegenover wie de geheimhouding niet geldt. Niet alleen de gegevens waarvan expliciet is aangegeven dat zij geheim zijn, maar ook de gegevens waarvan de OR-leden redelijkerwijs moeten begrijpen dat zij geheim zijn, vallen onder de opgelegde geheimhouding.
Het kan zijn dat de directie de OR slechts wil vertellen waarom bepaalde werknemers op non actief zijn gesteld, of directieleden plotseling ontslagen zijn, als de OR dat voor zich houdt. Het is een dunne lijn, maar toch: als openbaarheid die personen onevenredig zou schaden is dat terecht, als het gaat om tegenvallend functioneren niet altijd. Bovendien: het kan goed zijn dat de betrokkene zelf helemaal geen prijs stelt op de doofpot.
Verstoring van de besluitvorming
Soms is de directie bang dat een rustige afwikkeling van het besluitvormingsproces over, bijvoorbeeld, een reorganisatie verstoord wordt als iedereen zich ermee gaat bemoeien. Dat is een dubieus argument. Een OR die zich ertoe laat verleiden om het hele besluitvormingsproces, tot en met het geven van advies aan toe, te laten plaatsvinden onder het regime van geheimhouding, snijdt zichzelf in de vingers.
Verzwakking van de positie
In geval van fusiebesprekingen kan de directie bang zijn dat een negatieve stemming onder haar eigen werknemers de onderhandelingspositie verzwakt. Ook dit is een zwak argument. Als de directie serieus bang is dat de eigen werknemers negatief zijn gestemd over een voorgenomen fusie, is een slot op de mond van de OR dan de aangewezen remedie?
De ondernemer kan bang zijn dat het schadelijk is voor het bedrijf als misstanden in de openbaarheid komen. Denk aan pesten, andere vormen van intimidatie of vormen van onveiligheid. Daar is geheimhouding absoluut niet voor bedoeld! Degelijke situaties horen niet onder het tapijt geveegd, maar moeten integendeel doortastend worden aangepakt.
Een OR kan van alles vinden van de argumentatie van de ondernemer, maar zal toch moeten beslissen of hij de onder geheimhouding aangeboden informatie wil horen. Er bestaat één belangrijk argument om dat wel te doen en een belangrijk argument om het niet te doen.
Contra: de OR kan niet met de eigen achterban overleggen, en dat is een nare handicap voor een democratisch orgaan.












