De rechter sluit een OR-lid van werkzaamheden uit, omdat hij het werk van de ondernemingsraad ernstig belemmert.
Een gemeenschappelijke ondernemingsraad heeft geconstateerd dat een werknemer met regelmaat zijn geheimhoudingsplicht als GOR-lid heeft geschonden en onwaarheden heeft verspreid onder het personeel. De ondernemingsraad heeft de bedrijfscommissie om bemiddeling gevraagd, maar heeft tijdens de procedure besloten dat er geen basis meer is om tot een werkbare oplossing te komen. De kantonrechter krijgt het verzoek de werknemer voor de resterende duur van zijn OR-lidmaatschap uit te sluiten van werkzaamheden.
De norm voor de beoordeling van het verzoek is of de handelswijze van de werknemer een ernstige belemmering oplevert voor de werkzaamheden van de ondernemingsraad. Daaronder valt niet de mening van (een gedeelte van) de ondernemingsraad dat de werknemer een dwarsligger is of dat hij als lastig wordt ervaren. Van een ernstige belemmering kan sprake zijn bij het herhaaldelijk handelen in strijd met de verplichting tot geheimhouding of het doen van mededelingen met de kennelijke bedoeling de positie en de geloofwaardigheid van de ondernemingsraad te ondergraven. De rechter vindt dat de ondernemingsraad in voldoende mate heeft aangetoond dat de werknemer bij herhaling zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden en hij zich zodanig heeft opgesteld dat daardoor de ondernemingsraad in zijn werkzaamheden ernstig werd belemmerd. De ernst van het conflict geeft naar het oordeel van de rechter grond voor uitsluiting van de werknemer voor alle OR-werkzaamheden voor de rest van zijn zittingsperiode.
Op grond van artikel 13 WOR kan de kantonrechter, na bemiddeling en advies van de bedrijfscommissie, een ordemaatregel treffen tegen een OR-lid door hem voor een bepaalde tijd uit te sluiten van alle of bepaalde werkzaamheden van de ondernemingsraad. Blijkens de jurisprudentie dient bij de uitsluiting grote terughoudendheid te worden betracht. Er dient sprake te zijn van dusdanig gedrag dat sprake is van ernstige belemmering van de OR-werkzaamheden. Uit een eerder uitspraak van de kantonrechter in Den Haag blijkt dat uitsluiting gerechtvaardigd is als het OR-lid de vertrouwelijkheid van het overleg met de ondernemer heeft geschonden en de integriteit van de overige ondernemingsraadsleden in twijfel heeft getrokken.












