Een ondernemingsraad maakt bezwaar tegen een nieuwe bestuursstructuur, maar wordt door de Ondernemingskamer in het ongelijk gesteld.
Van den Berg Beheer behoort tot de KSE Groep. KSE wil een Board of Directors instellen, die als bestuur van de werkmaatschappijen fungeert. De ondernemingsraad onderschrijft het streven naar slagvaardiger opereren. De OR vindt echter dat de volledige bestuursverantwoordelijkheid van alle werkmaatschappijen naar de KSE Groep moet worden gedelegeerd. Het bezwaar van de ondernemingsraad is dat de Board onvoldoende bevoegdheden zal krijgen in relatie tot de KSE. Volgens de ondernemer zal het beoogde bestuur wel degelijk zelfstandig opereren en zullen de bestuursleden onderling de bevoegdheden verdelen.
De Ondernemingskamer ziet niet welke bevoegdheden de Board zou missen. De drie leden van de Board zullen tot bestuurder worden benoemd en KSE zal als zodanig aftreden. De Board krijgt de verantwoordelijkheden en bevoegdheden toe die de wet en de statuten aan een bestuur toekennen. KSE houdt slechts de statutaire mogelijkheid open tot vervanging van leden van de Board.
De Ondernemingskamer verwerpt het bezwaar van de ondernemingsraad. Ook het betoog dat de ondernemingsraad in de adviesprocedure belangrijke informatie miste, gaat niet op. De ondernemingsraad heeft in het adviestraject onvoldoende concreet aangegeven welke informatie het hem ontbrak.
De ondernemingsraad dient altijd concreet aan te geven welke informatie hij wenst. Indien de OR dit verzuimt, is de kans groot dat de Ondernemingskamer niet meegaat met een bezwaar tegen onvoldoende geïnformeerd zijn. Bij de formulering van zijn advies mag de ondernemingsraad niet te kort door de bocht gaan. Hij dient alle bezwaren tegen het voorgenomen besluit te behandelen. Het is namelijk niet de bedoeling dat bij de Ondernemingskamer nieuwe bezwaren worden aangevoerd.












