De feiten
De ondernemingsraad van de stichting Wonen Welzijn Zorg (WWZ) vindt de fusieplannen van de bestuurder financieel onhaalbaar. Omdat ook de Ondernemingskamer niet overtuigd is van deze plannen wordt een onafhankelijk accountant benoemd. Het rapport van deze deskundige wordt in oktober 2009 voorgelegd aan de Ondernemingskamer.
Uit het rapport blijkt dat de ondernemer onvoldoende inzicht had in de financiële uitgangspunten en de financiële gevolgen van de beoogde fusie en evenmin een juist beeld had van de financiële ontwikkeling en risico’s. De zaak werd voortgezet.
Ondernemingskamer
Uit het rapport van de accountant blijkt dat er goede uitgangspunten zijn geformuleerd voor meerjarenramingen, maar dat er toch sprake is van risico’s die mede worden veroorzaakt door ontwikkelingen in de zorgsector. Daarnaast zijn er niet door een bankcredit gedekte verplichtingen. De ondernemer zegt dat de ondernemingsraad ingestemd heeft met de fusie en dat er dus geen sprake is geweest van negatief advies. De Ondernemingskamer onderschrijft dit standpunt niet en wijst erop dat bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van een negatief advies ook gekeken wordt naar de overwegingen. De Ondernemingskamer onderschrijft het rapport van de deskundige en is van oordeel dat er niet verantwoord is besloten tot fusie. De ondernemingsraad wordt op dit punt in het gelijk gesteld.
Uit de stukken blijkt echter dat het terugdraaien van de fusie niet in het belang is van de onderneming en dat de afzonderlijke fusiepartners waarschijnlijk niet slechter af zijn door de fusie. De Ondernemingskamer acht het besluit niet redelijk maar wijst het verzoek van de ondernemingsraad voor het overige af.
Commentaar
De uitspraak is in twee opzichten interessant. Allereerst de formele kwestie. In het advies van de ondernemingsraad is aangegeven dat hij negatief adviseert tenzij akkoord wordt gegaan met het inschakelen van een extern onafhankelijk financieel bureau. Dit wordt uitvoerig uitgelegd in de overwegingen die hebben geleid tot dit negatieve advies. De ondernemer vindt dat er hier geen sprake is geweest van een negatief advies. Het Hof stelt dat bij de beoordeling of een advies negatief is ook moet worden gekeken naar de argumenten, de overwegingen. De Ondernemingskamer reageert pragmatisch. In feite heeft de ondernemingsraad gelijk en is de financiële onderbouwing volstrekt onvoldoende geweest, maar de Ondernemingskamer kijkt ook naar de feitelijke situatie. Die is zodanig dat WWZ er niet mee gediend is om weer alleen door te gaan. De ondernemingsraad krijgt gelijk maar er worden verder geen consequenties aan verbonden.












