Volgens de indieners is de CO₂-heffing een nationale kop op Europees beleid, die niet tot extra CO₂-reductie leidt op Europees niveau. Maar het zet wel de internationale concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven onder druk. Naar verwachting van de indieners van de motie betalen bedrijven in Nederland in 2035 circa € 75 meer per ton uitgestoten CO₂ dan hun Europese concurrenten. De fracties van SGP, CDA, VVD, BBB, Ja21, FvD en VVD stemden vóór de motie.
De motie volgt op toenemende kritiek vanuit de industrie en verschillende Kamerfracties, nadat duidelijk werd dat de heffing in 2025 voor het eerst echt gaat bijten. De oorzaak ligt in het verschil tussen het nationale tarief en de Europese emissieprijs (ETS). Doordat die Europese prijs daalde, betalen bedrijven dit jaar een toeslag van € 21,14 per ton CO₂ bovenop de ETS-prijs. Dit effect wordt versterkt doordat bedrijven elk jaar minder gebruik mogen maken van vrijgestelde uitstoot via dispensatierechten.
2021 | 30,48 | 26.73 | 3.75 |
2022 | 41.75 | 60.78 | 0.0 |
2023 | 55.94 | 73.27 | 0.0 |
2024 | 74.17 | 86.32 | 0.0 |
2025 | 87.9 | 66.76 | 21.14 |
2026 | 100.74 | ||
2027 | 113.58 | ||
2028 | 126.42 | ||
2029 | 139.26 | ||
2030 | 152.1 |
Klimaatakkoord
De CO₂-heffing werd in 2021 ingevoerd als onderdeel van het Klimaatakkoord. Het doel was bedrijven te prikkelen om te investeren in verduurzaming. Tot nu toe bleef de pijn beperkt, mede dankzij compensatieregelingen en hoge ETS-prijzen. In 2025 is dat anders. De heffing valt nu daadwerkelijk als extra last bovenop de Europese prijs en leidt tot oplopende kosten voor de industrie.
Ondanks deze kritiek besloot het kabinet in de Voorjaarsnota de CO₂-heffing overeind te houden. Zij het met enkele versoepelingen: een verruimde uitstootruimte, uitstel van een tariefverhoging en een langer tijdpad richting 2030. Minister Hermans maakte in april bekend af te zien van het eerder geplande schijventarief dat in 2030 had moeten oplopen tot € 216 per ton.
Tegenstanders: overhaast besluit zonder alternatieven
Niet alle partijen zijn overtuigd van de noodzaak tot afschaffing. CU-Kamerlid Pieter Grinwis noemde het besluit “onzorgvuldig en overhaast”. Volgens hem zijn er nauwelijks serieuze alternatieven voor de heffing onderzocht. Ook NSC’er Wytske Postma sprak zich uit tegen het afschaffen van de heffing. Zij vreest voor een gat in de begroting en wijst op de impact op de klimaatdoelen. Terwijl het afschaffen van de CO₂-heffing "de problemen van de industrie niet oplost".
Critici: heffing werkt juist, zonder veel kosten
Hoogleraar Herman Vollebergh (Tilburg University en Centraal Planbureau) uitte vandaag in ESB stevige kritiek op het politieke besluit. Volgens hem wordt de discussie over de CO₂-heffing gekleurd door misverstanden over de economische impact en het effect op de uitstoot. “Het overgrote deel van de Nederlandse industrie betaalt amper CO₂-heffing”, stelt hij. “Maar de prikkel werkt wel als stok achter de deur om te verduurzamen.” Volgens zijn analyse is niet het klimaatbeleid, maar zijn vooral de hoge energieprijzen - met name gas - de oorzaak van de huidige druk op de industrie.
Ook het veelgehoorde argument van koolstoflekkage, waarbij uitstoot zich simpelweg verplaatst naar het buitenland, houdt volgens Vollebergh geen stand. Dat argument werkt als volgt: er is in het ETS een Europees plafond op CO₂-uitstoot. Lagere uitstoot in Nederland betekent meer rechten voor de rest van Europa. Maar volgens Vollebergh is dit argument achterhaald. Door hervormingen in het Europese ETS - door invoering van het het zogenoemde marktstabiliteitsmechanisme - worden overtollige emissierechten daadwerkelijk uit de markt gehaald. Daardoor draagt de Nederlandse CO₂-heffing wél bij aan een lagere uitstoot in Europa als geheel.
Vollebergh benadrukt bovendien dat de industrie al op grote schaal wordt ondersteund met subsidies, gratis rechten en compensaties. “Afschaffing zou vooral nadelig uitpakken voor bedrijven die al hebben geïnvesteerd in verduurzaming, en ondermijnt het vertrouwen in consistent beleid.”










