Clece, een schoonmaakbedrijf, heeft van 2003 tot eind 2007 in opdracht van een Spaanse gemeente de gemeentescholen en -gebouwen schoongemaakt. De gemeente heeft de overeenkomst met Clece opgezegd tegen 31 december 2007. Clece is van mening dat sprake is van een overgang van onderneming en heeft aan Martín Valor, die bij haar als schoonmaakster in dienst was, laten weten dat zij vanaf 2008 in dienst van de gemeente is gekomen. De gemeente ontkent dat sprake is van een overgang van onderneming. Zij heeft Valor dan ook geen werk aangeboden, maar heeft nieuwe werknemers aangeworven voor de schoonmaak van haar gebouwen. Valor heeft daarop zowel Clece als de gemeente aangesproken op betaling van haar loon. De rechter in eerste aanleg heeft Clece tot betaling veroordeeld. In hoger beroep vraagt de Spaanse rechter aan het Hof van Justitie EU (HvJ EU) of sprake is van overgang van onderneming.
Het HvJ EU
Het HvJ EU overweegt dat sprake kan zijn van een overgang van onderneming in een situatie waarin een onderneming die eerst het schoonmaakwerk had uitbesteed, besluit dit nu weer zelf te gaan doen. Er moet dan wel sprake zijn van identiteitsbehoud. Dat wil zeggen dat op basis van alle omstandigheden van het geval moet worden geoordeeld dat de dienstverlening gelijk is gebleven. Het HvJ EU had reeds eerder geoordeeld dat in een zogenaamde arbeidsintensieve sector, zoals de schoonmaaksector, sprake is van identiteitsbehoud als de derde niet alleen de activiteit – het schoonmaakwerk – voortzet, maar ook een wezenlijk deel, naar aantal en deskundigheid, van het personeel overneemt. In de arbeidsintensieve sector is het personeel dus de belangrijkste factor. Gaat alleen de activiteit over, dan kan geen sprake zijn van een overgang van onderneming. Nu hier wel het schoonmaakwerk overging, maar de gemeente niet de werkneemster had overgenomen, was geen sprake van een overgang van onderneming. De gemeente mocht dan ook op zoek gaan naar nieuw personeel.
Conclusie
De wetgeving rondom overgang van onderneming is gebaseerd op een Europese Richtlijn en heeft als doel bescherming van de werknemers. Zij treden automatisch in dienst van de verkrijgende partij, met hun opgebouwde anciënniteit en oude arbeidsvoorwaarden. Is geen sprake van een overgang van onderneming, dan kan de werknemer geen beroep doen op deze bescherming. Er wordt regelmatig geprocedeerd over de vraag of sprake is van een overgang van onderneming. In de arbeidsintensieve sector, zoals de schoonmaak, de thuiszorg en de beveiliging, is de overgang van de werknemers doorslaggevend: gaat geen personeel over, dan is geen sprake van een overgang van onderneming. Dat opent de deur naar manipulatie. Wil de verkrijgende partij in de arbeidsintensieve sector een overgang van onderneming voorkomen, dan kan hij immers weigeren personeel over te nemen en zelf gaan werven op de arbeidsmarkt. De bescherming van de werknemers is dan een wassen neus.
Auteur: Eva Knipschild
Meer interessante en relevante jurisprudentie vind je in Rechtspraak voor Medezeggenschap.












