“We produceren nu meer energie dan we verbruiken”, zegt Sander Mager, dagelijks bestuurder van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Dat doet het waterschap op een manier zoals nog niet eerder door waterschappen is gedaan: het ontwikkelde alle duurzame energieprojecten zelf en op eigen terrein. Bovendien is het windpark voor 51% eigendom van AGV en voor 49% van afval- en energiebedrijf HVC. Met al deze projecten voor eigen opwek heeft het waterschap de energievoorziening deels in eigen hand, en komt het financieel dus niet snel voor onverwachte verrassingen te staan.
Het windproject op de locatie van rioolwaterzuivering Amsterdam-West kende een lange aanloop. Al in een eerder stadium waren er plannen, samen met Havenbedrijf Amsterdam, maar die sneuvelden bij de Raad van State. “We stonden toen lijnrecht tegenover de provincie, die als bevoegd gezag gaat over de vergunningen”, herinnert projectleider Bram Konneman zich. “Er was destijds simpelweg geen bestuurlijke steun voor windenergie in Noord-Holland.”
Vertrouwen voor herstart project
Dat veranderde in 2019. “Met de nieuwe Provinciale Staten kwam er een windenergie-gezinde coalitie”, vertelt Mager. “Dat gaf ons het vertrouwen om het project opnieuw op te starten. In het coalitieakkoord van ons waterschap hebben we expliciet opgenomen dat we met wind aan de slag wilden.”
Toch ging het niet vanzelf. “Eigenlijk moesten we alles opnieuw doen”, legt Konneman uit. “Het was in feite een nieuw project, waarbij we lange adem, creativiteit en improvisatievermogen moesten hebben. Door de Oekraïne-crisis stegen namelijk de kosten en energieprijzen. We kregen te maken met netcongestie. En door een uitspraak van de Raad van State voor windpark Delfzijl Zuid, vielen regels op het gebied van externe veiligheid, geluid en slagschaduw ineens weg. Daardoor moest lokale normering worden opgesteld.”
Wereldmarkt

Dat kostte veel tijd, zegt Konneman. “Maar toch hebben we het in vijf, zes jaar voor elkaar gekregen. Dat is voor een windpark behoorlijk vlot en het had uiteindelijk ook niet veel langer moeten duren. Het benodigde type windturbines, rondom de 100 meter ashoogte, konden we namelijk nog net bestellen voordat deze uit productie werd genomen. De windturbinemarkt is namelijk een wereldmarkt, waarbij de vraag naar steeds grotere turbines heeft bepaald dat de klasse rondom 100 meter niet meer wordt geproduceerd. Voor locaties zoals deze, waar de hoogte beperkt is vanwege Schiphol, is dat echt een aderlating. Grotere turbines zijn hier namelijk vaak niet inpasbaar.”
Samenwerking met HVC
Waterschap AGV besloot het windpark niet alleen te realiseren. De contractering van de windturbines, de bouw en exploitatie gebeurt via een gezamenlijke bv. Hierin heeft het waterschap 51% van de aandelen; duurzaam afval- en energiebedrijf HVC heeft de overige 49%. “HVC is een logische partner”, zegt Konneman. “We zijn al aandeelhouder via onze slibverwerking. Bovendien heeft HVC de expertise om een windpark te bouwen en te beheren. We hebben wel zonneparken in eigen beheer van ruim 20.000 zonnepanelen, maar windenergie is echt wel een vak apart.”
In tegenstelling tot andere waterschappen, die vaak alleen hun grond beschikbaar stellen en afname-afspraken maken, koos AGV nadrukkelijk voor mede-eigenaarschap. “Wij wilden echt zelf aan het roer staan”, zegt Mager. “Natuurlijk delen we de risico’s, maar het geeft ook zeggenschap én de mogelijkheid om de duurzaamheidsambities concreet te maken.”
Energievraag neemt toe
De vier windturbines van elk 2,2 MW produceren samen 21.000 MWh per jaar, gelijk aan het verbruik van circa 10.000 Amsterdamse huishoudens. En belangrijk: met het windpark erbij produceert AGV nu meer energie dan het verbruikt. Toch betekent dat niet dat de energievraag afneemt. “Integendeel”, waarschuwt Mager. “Onze installaties vragen steeds meer stroom. Bijvoorbeeld omdat we nu ook medicijnresten uit afvalwater moeten halen, een nieuwe Europese verplichting. Dat doen we met ozoninstallaties en die verbruiken veel elektriciteit.
Ook klimaatverandering speelt een rol. Meer piekbuien en hogere waterstanden zorgen ervoor dat gemalen vaker en harder moeten draaien. “We verwachten dat onze energievraag alleen maar verder stijgt”, aldus Mager. “Daarom is het cruciaal dat we blijven investeren in duurzame opwek.”

Meer duurzame energieprojecten
Windenergie is maar één onderdeel van de energietransitie bij AGV. Op vrijwel alle zuiveringslocaties liggen al zonnepanelen. En de groengasinstallatie - die jaarlijks 13 miljoen kuub biogas opwerkt tot aardgas - heeft zichzelf inmiddels terugverdiend.
Daarnaast zet het waterschap stevig in op aquathermie: een innovatieve techniek waarbij warmte uit afval- en oppervlaktewater wordt gebruikt om gebouwen te verwarmen. Deze duurzame oplossing heeft veel potentie voor de toekomst. Het bestuur van AGV stelde daarom een visie aquathermie vast. Hierin spreekt het de ambitie uit een proactieve rol te willen spelen in de warmtetransitie door bij te dragen aan pilots voor aquathermie.
Zo bouwde AGV met partners een proefinstallatie in de Sloterplas om de gevolgen van aquathermie op het onderwaterleven te onderzoeken. En recent besloot AGV mee te doen aan een Amsterdams aquathermie-project. “We financieren de warmtewisselaar waarmee we warmte uit het water halen”, zegt Mager. “Met deze projecten willen we aantonen dat aquathermie een serieuze rol in de warmtetransitie kan spelen.”
Netcongestie
Ondanks de grote sprong vooruit blijft AGV voor een belangrijk deel afhankelijk van het elektriciteitsnet, en daarmee ook kwetsbaar voor netcongestie. “Onze rioolwaterzuivering Amsterdam-West kan ondanks eigen, lokale windstroom nog niet los van het net”, zegt Konneman. “Opslag zou dat kunnen veranderen. We hebben berekend dat een batterij van 10 MW opslag de zuivering stand-alone zou kunnen laten draaien.”
Toch is dat voorlopig toekomstmuziek. “Het is duur en het geeft ons op dit moment niet meer ruimte op het net voor toekomstige uitbreidingen. We kijken daarom ook naar slimme oplossingen, zoals het afstemmen van gemalen op momenten van veel opwek. Of lokale uitwisseling van energie op onderstationsniveau.”
Volgens Konneman ligt de sleutel in samenwerking. “We kunnen dit niet alleen. Voor slimme netten en aquathermie hebben we gemeenten, netbeheerders, woningcorporaties en energiecoöperaties nodig.” Toch ontbreekt het volgens hem nog aan regie. “Er is visie nodig - en een partij of een samenwerkingsverband die de regie neemt, lokaal, regionaal én landelijk.”
Meer grip op energiekosten
In Nederland heeft AGV met dit windpark een voor waterschappen bijzondere stap gezet, zo beseft Mager. “Als het gaat om energiepositiviteit uit eigen productie lopen we voorop.” Toch wil hij vooral dat andere waterschappen ervan leren. “Doe het niet allemaal zelf, maar zoek samenwerking. Met partners als HVC of andere duurzame bedrijven. En maak gebruik van de kennis die er al is. Via de Unie van Waterschappen delen we onze ervaringen actief. Al besef ik maar al te goed dat wij als groot waterschap de mensen voor een dergelijk project makkelijker bij elkaar kunnen brengen dan kleinere waterschappen.”
De verduurzaming bij AGV is niet alleen ingegeven door idealisme, benadrukt Mager. “Het gaat ook om continuïteit, robuustheid en betaalbaarheid. Door eigen opwek hebben we meer grip op onze energiekosten. En we kunnen onze maatschappelijke rol waarmaken: bijdragen aan de energietransitie én klimaatadaptatie.”









